Maria zag: Sint-Maria Magdalena en Maria van Nazareth, getuigen van de Opstanding

Maria vidit: Santa Maria Madalena e Maria de Nazaré, testemunhas da Ressurreição
Citaat uit het Evangelie van Johannes (Jo 20,18)> Maria Magdalena kwam en kondigde aan aan de discipelen: “Ik heb de Heer gezien, en hij zei mij dit.” (Jo 20,18)Feestdag van Sint Maria MagdalenaDe feestdag van Sint Maria Magdalena, gevierd op 22 juli, heeft in het Romeinse liturgische jaar de status van feest (verhoogd tot feest door paus Franciscus in 2016), waarbij haar centrale rol in het verhaal van de Opstanding wordt erkend. Zij was de eerste die de Opgestane Heer zag, de eerste die Hem herkende bij zijn naam, en de eerste die als boodschapper naar de apostelen werd gestuurd. De kerkvaders noemden haar de “apostel van de apostelen”, omdat zij door de Opgestane Heer zelf was gestuurd om de Opstanding aan de twaalf apostelen te verkondigen.Het Evangelie volgens Johannes (Jo 20,1-2.11-18)Het verhaal in het Evangelie volgens Johannes beschrijft met zeldzame psychologische precisie Maria Magdalena’s ontmoeting met de Opgestane Heer: het misverstand bij haar eerste blik (“Hij dacht dat het een tuinman was”, Jo 20,15), de herkenning door zijn naam (“Maria!”, Jo 20,16), de reactie in Aramees (“Rabboni”, Jo 20,16), haar poging om Hem vast te houden (“Hij zei: ‘Laat me niet vasthouden'”, Jo 20,17), en uiteindelijk haar opdracht als boodschapper (“Ga naar mijn broeders en zeg het aan hen”, Jo 20,17). Deze scène vormt het evangelie-model voor de herkenning van de Opgestane Heer: in plaats van een objectieve bewijzing, gebeurt de herkenning door zijn naam te noemen.I. “Ze gingen om de Heer uit het graf te halen”: de morgendauw van rouw> “Op de eerste dag van de week ging Maria Magdalena vroeg in de ochtend naar het graf, toen het nog donker was.” (Jo 20,1)De vroege ochtendduisternis waarin Maria Magdalena naar het graf gaat, symboliseert de duisternis van rouw die geen troost toelaat. Zij gaat niet naar het graf om de Opgestane Heer te vinden, maar om bij de dood te blijven. De liefde die haar aan het kruis hield (Jo 19,25) is dezelfde liefde die haar naar het graf trekt “wanneer het nog donker was”.> “Ze namen de Heer weg uit het graf en wisten niet waar ze Hem hadden neergelegd.” (Jo 20,2)Maria Magdalena’s eerste interpretatie van de situatie is die van rouw: het lichaam is verdwenen, het lijkt op een diefstal. Deze interpretatie blijft in Jo 20,11-15 bestaan: “Als jullie Hem hebben meegenomen, vertel me dan waar Hij is neergelegd.” De “blindheid” van Maria Magdalena ten aanzien van de Opgestane Heer is geen gebrek aan geloof, maar de trouw van liefde die niet wil afwijken, zelfs wanneer alles verloren lijkt. De liefde die de dood niet verlaat, zal als eerste de Opgestane Heer ontmoeten.De traditie brengt Maria van Nazareth in die vroege ochtend bij het graf, niet uit de evangeliën, maar uit devotie. Het “Sabbath van Maria van Nazareth” en het “donkere zondag” van Maria Magdalena zijn verschillende uitingen van dezelfde trouw: de vrouwen die niet afwijken wanneer alles verloren lijkt, zijn de eerste die het nieuws van de overwinning ontvangen. De trouw in rouw gaat vooraf aan de vreugde van de Opstanding, niet omdat zij het verdient, maar omdat het de houding is die het hart niet sluit voor Gods verrassing.

“Jezus zei tegen haar: ‘Maria!’ Zij draaide zich om en antwoordde in het Hebreeuws: ‘Rabboni’!” (Johannes 20,16). De erkenning van Jezus door Maria Magdalena gebeurt via haar naam. Niet door haar uiterlijk (ze herkende Hem niet meteen), noch door het bewijs van de lege grafkamer (dat alleen haar verdwijning bevestigde), noch door de argumenten van de engelen (“Waarom huil je?” Johannes 20,13), maar door de eenvoudige aanroeping van haar naam: “Maria!” Dit moment vat de theologie van de Goede Herder samen: “De herder roept zijn schapen bij naam” (Johannes 10,3). “De schapen herkennen zijn stem” (Johannes 10,4).

“Rabboni”, “Mijn Meester”, is het antwoord op de aanroeping van haar naam: niet een formule van doktrinale geloof, maar de erkenning van de relatie tussen degene die wordt aangeroepen en degene die roept. Het paschal geloof van Maria Magdalena ontleent zijn oorsprong aan deze persoonlijke ontmoeting, aan het worden aangeroepen bij haar naam en aan het erkennen van de stem van de Herder die haar eerder had geroepen. Deze structuur van pascal erkenning – aanroeping bij naam, antwoord met een relatietitel – vormt het model voor al het geloof: niet intellectuele acceptatie van een leer, maar persoonlijke erkenning van een relatie.

Maria van Nazareth heeft een analoge “erkenning” meegemaakt tijdens de Verkondiging: de engel riep haar (“Groet zij u, vol genade; de Heer is bij u”, Lucas 1,28) en zij antwoordde met een relatietitel (“Ik ben de dienaar des Heren”, Lucas 1,38). Het “Rabboni” van Maria Magdalena en het “Ik ben de dienaar” van Maria van Nazareth hebben dezelfde structuur: geroepen worden door God en de relatie erkennen die door de roep wordt geïnstalleerd. Beide Marias zijn in die zin modellen van geloof als reactie op Gods roep.

III. “Ga naar mijn broeders”: de gezanten van de Opstanding

“Ga naar mijn broeders en zeg hun: Ik stijg op naar Mijn Vader en uw Vader, naar Mijn God en uw God” (Johannes 20,17). De missie van Maria Magdalena als boodschapster van de Opstanding vormt de basis voor de titel “apostel der apostelen”. Jezus heeft niet alleen Maria Magdalena de Opstanding onthuld, maar haar ook met een specifieke boodschap naar de apostelen gestuurd. De inhoud van deze boodschap, “Mijn Vader en uw Vader”, onthult de trinitaire dimensie van de Opstanding: de Opgestane gaat naar de Vader en nodigt de discipelen uit om dezelfde goddelijkheid te delen.

Het kiezen van een vrouw als eerste boodschapster van de Opstanding is theologisch belangrijk: volgens het Joodse recht van de eerste eeuw was het getuigenis van vrouwen niet toegestaan in de rechtbank. Jezus koos juist iemand die de wereld geen geldig getuige zou hebben beschouwd om de grootste waarheid in de geschiedenis te zijn de eerste getuige. De logica van “de wijzen verbergen en aan de kleinen openbaren” (Matteüs 11,25) is hier van toepassing op de Opstanding: het pascal nieuws bereikte eerst de trouwste vrouwen, niet de apostelen die waren gevlucht.

Maria van Nazareth en Maria Magdalena zijn samen de twee grote vrouwelijke getuigen van de heilsgeschiedenis: Maria van Nazareth was de getuige van de Verkening (die “ja” zei tegen het “zal zijn” en zo de komst van het Woord in de geschiedenis mogelijk maakte), Maria Magdalena was de getuige van de Opstanding (die “Ik heb de Heer gezien” aankondigde en zo het vervullen van de belofte openbaar maakte). De Verkening en de Opstanding, de twee polen van het heilsmysterie, hebben als eerste getuigen twee vrouwen, twee Marias.

IV. Maria Magdalena en Maria van Nazareth: twee liefdes, één Heer

De middeleeuwse westerse traditie, met name vanaf Gregorius de Grote, identificeerde Maria Magdalena met de “zondige vrouw” uit Lc 7,36-50 en met Maria van Bethanië (Lc 10,38-42; Jo 11-12). Deze identificatie, die tegenwoordig door exegeten als onnauwkeurig wordt beschouwd, heeft geleid tot het ontstaan van de “Magdalena” als een gecombineerde figuur: de boetedoener die veel liefde had omdat ze veel vergeving ontving, die Jezus’ voeten insmeerde, die de Woord aanhoorde terwijl ze bij de voeten van de Heer zat. Moderne exegese onderscheidt deze drie figuren, maar de middeleeuwse samenvoeging onthult een diepgaande spirituele intuïtie: de liefde die voortkomt uit vergeving (Lc 7), het contemplatief luisteren (Lc 10) en de trouw aan de Opgestane (Jo 20) zijn aspecten van dezelfde relatie met Christus.

De vergelijking tussen Maria van Nazareth en Maria Magdalena is geen kwestie van superioriteit, maar van complementariteit: Maria van Nazareth ontving het Woord voor de Passie. Maria Magdalena ontdekte de Opgestane na de Passie. De ene getuigt van het begin. De andere, van de vervulling. De ene zegt “ja” voordat ze alles begrijpt. De andere, “Rabboni”, nadat alles verloren leek. Beide leren dat de relatie met Christus niet afhangt van intellectuele begrip van het mysterie, maar van trouwe liefde die standhoudt in duisternis.

Op 22 juli, de feestdag van Maria Magdalena, wordt in populaire devotie de dag gevierd als “getuigenen van de Opstanding”. De Mariaanse devotie die Maria van Nazareth verbindt met de Opstanding, met het hymne “Regina Caeli” als paaslied, en met het glorieuze mysterie van het Rosarium dat begint met de Opstanding, vindt op deze dag zijn voltooiing: de eer aan de “apostel van de apostelen” die, naast Maria van Nazareth, een van de eerste was om de Herrezen Heer te belijden.

Postgraduaat in Mariologie

Wil je je kennis van Mariologie verdiepen? Ontdek het Postgraduaat in Mariologie van Locus Mariologicus – een academische opleiding die theologische strengheid combineert met spirituele levensvorm en levende traditie van de Kerk.

Inschrijven of meer informatie?

Wilt u mariologie serieus studeren?

Dit artikel komt voort uit de werken van de bibliotheek van Locus Mariologicus. De postgraduate opleiding in mariologie brengt u met academische begeleiding naar dezelfde bronnen: Schrift, Kerkvaders en Leergezag.

Ontdek de opleiding in mariologie

Related Articles

Responses