Om de wereld te laten kennen: Maria en de liefde die de wereld kan erkennen

Ut cognoscat mundus: Maria e o amor que o mundo pode reconhecer

Opdat de wereld moge weten dat gij mij gezonden hebt en dat gij hen liefhebt zoals Ik hen liefheb.
Jo 17,23

«Opdat de wereld moge weten dat gij mij gezonden hebt en dat gij hen liefhebt zoals Ik hen liefheb». In Jo 17,23 wordt een van de doelen van Jezus’ gebed voor eenheid onthuld: dat «de wereld moge weten», dat de eenheid onder de discipelen het teken is dat leidt tot het herkennen van Christus en Gods liefde door de wereld. De mariologie vindt in deze verset zijn meest apologetische en missiale dimensie: Maria, als beeld van de eenheid binnen de Kerk en van de perfecte liefde die God aan Zijn Zoon toewijst, is het meest krachtige «teken» waarmee de wereld kan «weten» dat God de mensen met dezelfde liefde liefheeft als Hij Zijn Zoon liefheeft.

I. «De wereld moge weten»: de apologetische dimensie van eenheid

In Jo 17,21 en 23 wordt twee keer het doel van de gevraagde eenheid benadrukt: «opdat de wereld in geloof moge komen» (v.21) en «opdat de wereld moge weten» (v.23). Het verschil tussen «geloof» en «kennis» in het Johannes-evangelie is van belang: het initiële geloof dat in vers 21 wordt genoemd, is de eerste openstelling voor de onthulling. De «kennis» uit vers 23 impliceert een diepere relatie, een liefdevolle kennis die persoonlijke ervaring met zich meebrengt. De eenheid onder de discipelen leidt niet alleen tot intellectueel geloof in de wereld, maar tot een liefdevolle kennis van God die Zijn Zoon heeft gezonden.

Deze logica heeft een directe praktische consequentie: verdeeldheid binnen het christendom is het grootste obstakel voor de apologetische missie. De wereld die christenen ziet die elkaar beschuldigen, elkaar bekritiseren, om leden en middelen concurreren, ziet juist het tegengestelde van het «teken» uit Jo 17,23. De kracht van het christelijke argument, dat liefde tussen christenen getuigt van de waarheid van het Evangelie, wordt ondermijnd door de historische verdeeldheid die kerken al eeuwenlang verdeelt.

Mariologie met een ecumenisch perspectief, dat Maria als symbool van eenheid boven historische scheidingen ziet, heeft direct apologetische relevantie. Gemeenschappen in Taizé, Sant’Egidio en ecumenische gebeds- en dienstbewegingen die christenen uit verschillende tradities samenbrengen, zijn «tekenen» van de wereldwijde kennis die Jo 17,23 vraagt: wanneer de wereld christenen ziet verenigd rond Maria, ongeacht dogmatische verschillen, kan het beginnen te «weten» dat de God die hen verenigt, de God van liefde is die Zijn Zoon heeft onthuld.

De grote missie van de 21e eeuw, de «nieuwe evangelisatie» die Johannes Paulus II en Benedictus XVI hebben gepropageerd, heeft deze apologetische dimensie in het centrum. Het is niet genoeg alleen het Evangelie te «verkondigen`, we moeten het ook door middel van eenheid en liefde onder christenen laten zien. Maria, als symbool van eenheid en perfecte liefde, is het hart van deze levende apologetiek: zij die de apostelen in het Cenakel bijeenbracht voor Pentekost, blijft christenen vandaag de dag samenbrengen rond zichzelf om de wereld te laten «weten».

II. «Dilexisti eos sicut et me»: Maria en de gelijke liefde van de Vader

Het tweede deel van *ut cognoscat mundus* wordt verlicht door Johannes 17,23: «Dat zij u liefhebben zoals Ik u heb geliefd» (dilexisti eos sicut me dilexisti). Deze bewering is een van de meest gedurfde uit het hele Evangelie: de Vader houdt de discipelen met dezelfde liefde als Hij Zijn eeuwige Zoon houdt. Niet een «minder» liefde, geen afgeleide of analoge liefde, maar de «dezelfde liefde» (kathos). Deze gelijkstelling is mogelijk omdat de discipelen «in» Christus zijn: de liefde van de Vader bereikt hen via de Zoon, en in die mate als zij «in» de Zoon zijn, ontvangen zij de liefde van de Vader in zijn volledige trinitarische rijkdom.De mariologische implicaties zijn direct: als de Vader de discipelen liefheeft «zoals Hij de Zoon liefheeft», en Maria de meest volledig «in» de Zoon is van alle door Hem verlosse mensen, dan is Maria de meest geliefde door de Vader, het wezen dat het liefdevolle genot van de Vader het meest volledig heeft ontvangen – een liefde die Jezus in Johannes 17,23 vergelijkt met de liefde die de Vader voor Zijn Zoon heeft. Deze bewering is geen devotie-exageratie, maar een logische gevolgtrekking uit de dogmatische mariologie: degene die «vol van genade» (kecharitomene) is, heeft de liefde van de Vader het meest volledig ontvangen.De spirituele traditie heeft deze «predilectie» van de Vader voor Maria met prachtige beelden uitgedrukt: Sint Johannes Eudes, in de 17e eeuw, ontwikkelde de devotie tot het Hart van Maria als het «meest geliefde hart door de Vader» na het Hart van de Zoon. Sint Louis Marie de Montfort beschouwde Maria als het «meesterwerk» van God, het wezen waarin Zijn creatieve liefde zich het meest perfect heeft uitgedrukt. Het gaat niet om Maria te verheerlijken, maar om te erkennen dat de liefde van de Vader, wanneer Hij onbelemmerd handelt, het meest perfecte werk kan voortbrengen: en dat werk is Maria.De christelijke eschatologie, de hoop dat «ook wij» door de Vader zullen worden liefgehad «zoals de Zoon in volheid», heeft in Maria zijn meest zichtbare voorbode. Zij die al wordt geliefd door de Vader met deze volledige liefde, die al leeft in deze gemeenschap van liefde in de Trinitas, is het symbool van de christelijke hoop: niet een abstracte belofte, maar een al gerealiseerde concrete werkelijkheid in een menselijk wezen dat we kennen en liefhebben. De contemplatie van Maria is geen afleiding van de eschatologische hoop, maar haar meest tastbare visualisatie.

III. Maria als icoon van Gods moederlijke liefde

De logica van *ut cognoscat mundus* eist ook een concreet gezichtspunt voor de goddelijke liefde. Is 49,15: «Kan een moeder haar kind vergeten, kan zij die haar baarde geen mededogen hebben? Zelfs als zij het zou vergeten, zal Ik u nooit vergeten». De profeet gebruikt het beeld van de moederlijke liefde als metafoor, onvolledig maar krachtig, voor Gods liefde: een liefde die niet vergeet, die niet afwijkt, die blijft zelfs wanneer het onwaarschijnlijk lijkt. Deze moederlijke liefde van God heeft in Maria haar meest perfecte uiting in de geschapen wereld.

Christelijke feministische theologie en het moederlijke aspect van God

De meest evenwichtige stromingen binnen de christelijke feministische theologie hebben het moederlijke aspect van God ontwikkeld op basis van teksten als Is 49,15; 66,13; Ho 11,1-4. Maria, als de menselijke moeder van Jezus, ‘incarneert’ visueel dit moederlijke aspect van Gods liefde: zij die nooit verlaat, die standhoudt aan het kruis terwijl anderen wegrenden, die zondaars ontvangt zonder te veroordelen, is het meest toegankelijke en ontroerende icoon van Gods moederlijke liefde.De titel ‘Mater Misericordiae’, Moeder van de Barmhartigheid, vindt zijn grondslag in deze logica: Maria ontvangt niet alleen de genade van God, zij incarneren deze op een manier die voor de menselijke kwetsbaarheid het meest toegankelijk is. Zondaars die zich tot Maria wenden, ‘voorkeuren’ niet de genade van de Moeder boven de strenge houding van de Zoon; in plaats daarvan vinden zij bij de Moeder het meest toegankelijke gezicht van dezelfde genade die de Zoon heeft gebracht. Maria is het icoon van Gods barmhartigheid omdat zij, door ‘te houden aan de liefde zoals de Vader houdt’, het menselijke hart in staat stelt om wat te ervaren als te intens om rechtstreeks te aanschouwen.Het beeld van Maria in kunstvoorwerpen, van Duccio’s Madonna tot de orthodoxe iconen van de *Theotokos*, combineert altijd de waardigheid van Moeder van God met de zachtheid van een menselijke moeder. Deze combinatie is niet toevallig, maar theologische nauwkeurigheid: Maria, die tegelijkertijd het hoogste onder de schepselen en het dichtst bij de mensheid staat, is het perfecte visuele symbool van God die zowel oneindig groot als oneindig nabij is. Het aanschouwen van Maria’s gezicht is het aanschouwen van de liefde die Johannes 17,23 belooft: de liefde van de Vader die Zijn kinderen ‘zoals Hij de Zoon liefheeft’ liefheeft.

IV. “Dat de liefde waarmee Ik u liefhad in hen weze”: Maria en de overdracht van liefde

Het hoogtepunt van *ut cognoscat mundus* (dat de wereld God zou kennen) ligt in Johannes 17,26: ‘dat de liefde waarmee Ik u liefhad in hen weze’. Het afsluitende gebed van de priester bevat het verzoek dat de intratrinitaire liefde, de liefde van de Vader voor de Zoon, in de discipelen zou wonen. Deze goddelijke liefde die in de volgelingen woont, is de ultieme realisatie van alle mariologie: het uiteindelijke doel van elke heiliging, eenheid en missie is dat de liefde waarmee de Vader de Zoon liefhad, in Zijn adoptiekinderen zou wonen.Maria is, volgens de traditie, het icoon van deze ‘overdracht van goddelijke liefde’ naar de mensheid. Zij die de liefde van de Vader op een vollere manier ontving dan enig ander menselijk wezen, vormt het model voor de ontvankelijkheid die elke christen wordt aangemoedigd te hebben: openstaan voor de liefde van de Vader, zich laten bewonen door Hem, transparant worden voor Hem, zodat anderen via ons ‘God kunnen kennen’ als ‘Hij Zijn Zoon liefheeft’.

Devotie tot het Onbevlekte Hart van Maria

De devotie tot het Onbevlekte Hart van Maria, zoals geformuleerd in de boodschap van Fátima, is de devotie aan deze “transfusie van liefde”. Het “Onbevlekte Hart” is geen sentimenteel beeld, maar een theologische verklaring: het hart van Maria was het eerste menselijke hart dat volledig door de liefde van de Vader werd bewoond, zonder obstakel, zonder weerstand, zonder de verharding die zonde veroorzaakt. Dit hart dient als model en middel waarmee de liefde van de Vader tot in de andere harten kan doordringen.De laatste woorden van Jezus’ priesteroorde zijn “in hen” (“kagō en autois”): de Zoon woont in zijn discipelen, zoals de Vader in de Zoon woont. Deze bewoning, die het ultieme belofte is van het vierde Evangelie, vindt zijn meest volledige en zichtbare uiting in Maria. Zij, die tijdens de Verlosing het “tabernakel” van de Zoon was, is nu het “tabernakel” van de goddelijke liefde die de wereld door haar kan “kennen”. Mariologie is geen afwijking van het pad naar de Vader, maar een van zijn meest directe wegen: door Maria te zien, zien we de liefde die de Vader voor zijn kinderen heeft.

Referenties

– Paus Johannes Paulus II, *Redemptoris Mater*, nrs. 45-47 (1987). – Paus Johannes Paulus II, *Ut Unum Sint*, nrs. 97-99 (1995). – St. Johannes Eudes, *Le Cœur Admirable* (1681). – St. Louis Marie de Montfort, *Tratado da Verdadeira Devoção*, nrs. 14-21. – H. U. von Balthasar, *Mary for Today* (1987).

Postgraduaat in Mariologie

Wilt u uw opleiding in Mariologie verdiepen? Ontdek het Postgraduaat in Mariologie van Locus Mariologicus – een academische vorming die theologische strengheid, spirituele levenswijze en de levende traditie van de Kerk combineert.

Inschrijven of meer informatie →

Wilt u mariologie serieus studeren?

Dit artikel komt voort uit de werken van de bibliotheek van Locus Mariologicus. De postgraduate opleiding in mariologie brengt u met academische begeleiding naar dezelfde bronnen: Schrift, Kerkvaders en Leergezag.

Ontdek de opleiding in mariologie

Related Articles

Responses