Jouw verdriet wordt omgezet in vreugde: Maria en de pijn getransformeerd in vreugde.

<!–
–>
„Uw verdriet zal omgezet worden in vreugde (…) en uw vreugde zal niemand van u afnemen.“
Jo 16,20.22«Uw verdriet zal omgezet worden in vreugde (…) en uw vreugde zal niemand van u afnemen», belooft Jo 16,20-22 de transformatie van verdriet in vreugde aan, met behulp van de metafoor van een vrouw in bevalling: «De vrouw heeft pijn wanneer ze bevallt, omdat haar tijd is gekomen. Maar als ze het kind ter wereld heeft gebracht, vergeet ze de pijn vanwege de vreugde dat er een mens geboren is» (Jo 16,21). De mariologie vindt in deze metafoor, die door Jezus zelf wordt voorgesteld, een van zijn rijkste beelden: Maria in «bevalling» op het kruis, wiens verdriet zich omzet in de vreugde van de Opstanding.
<!–
I. De metafoor van de vrouw in bevalling: exegese en mariologische toepassing
–>
De metafoor van een vrouw in bevalling (Grieks: he gynê hotan tiktê) in Jo 16,21 wordt al vroeg herkend als een verwijzing naar Maria, dubbelzinnig: als de vrouw die de Zoon heeft voortgebracht (bevalling in Bethlehem) en als de vrouw die «voortbrengt</em» de Kerk op het kruis (geestelijke bevalling). De pijn van de vrouw in bevalling is de smart van het kruis. De vreugde van het kind dat ter wereld komt, is de vreugde van de Opstanding. En het kind dat geboren wordt, is tegelijkertijd de opgestane Christus en de door Hem geboren Kerk.
De patristische exegese heeft deze dubbele verwijzing met veel vrucht onderzocht. Origenes zag in de vrouw in bevalling de ziel die «voortbrengt</em» deugden door spirituele pijn. Augustinus paste de metafoor toe aan de gehele Kerk die lijdt in de wereld, maar die de escatologische vreugde zal voortbrengen. Maar de mariologische toepassing, die uitgaat van Jo 16,21 om het beeld te verduidelijken dat in Jo 19,25-27 wordt geschetst, is bijzonder rijk: Maria die «bij het kruis stond» was in «bevalling» op spiritueel vlak, voortbrengend de geestelijke kinderen van Jezus aan de Kerk.
De vrouw uit het Apocalypsboek (Ap 12,1-2) die «in pijn bevalt en schreeuwt bij de geboorte», vormt de brug tussen Jo 16,21 en het kruisbeeld. De traditie interpreteert deze vrouw als een samenvoeging van Maria en de Kerk: Maria die de Zoon in historische bevalling baarde en die «het leven voortbracht</em» aan de Kerk op spiritueel niveau tijdens het kruislijden. De Kerk die nieuwe leden voor Christus voortbrengt door evangelisatie en vervolging, door pijn en lijden tot vruchtbaarheid.
De onderscheid tussen de «tijd» van bevalling en de «tijd» van het kruis in Johannes is opzettelijk: in beide gevallen gebruikt Jezus het woord hora (Jo 2,4. 7,30. 8,20. 12,23. 13,1. 17,1). De «tijd» van Jezus in Johannes is de tijd van het kruis-en opstanding. De «tijd» van de vrouw in bevalling uit Jo 16,21 is dezelfde «tijd», de tijd waarin verdriet omgezet wordt in vreugde, waarin dood leven voortbrengt, waarin lijden vruchtbaarheid wordt.
II. Maria aan het kruis en opstanding: verdriet omgezet in vreugde
Jo 19,25: Maria stond bij het kruis, in verdriet, lijden en ‘zwangerschap’ van een spirituele strijd. Jo 20 beschrijft niet de eerste verschijning van de Opgestane Heer aan Maria, maar de traditie heeft altijd erkend dat zij de eerste was die Hem zag. Deze eerste verschijning, impliciet in het evangelie en expliciet in de traditie, is het moment waarop ‘verdriet zich omzet in vreugde’ op de meest dramatische manier: de vrouw die bij het kruis stond, hoort dat haar Zoon levend is.
De pascalia van Maria-theologie, die Maria’s ervaringen als archetypische reis van kruis naar opstanding beschouwt, is een van de rijkste thema’s in hedendaagse Mariologie. Het gaat niet om een sentimentale blik op de lijdende Moeder die later vreugde vindt; het is een theologische benadering van de pascalie die de hele christelijke bestaan vormgeeft: wie geroepen is deel te nemen aan het lijden van Christus, wordt ook geroepen tot zijn glorie (Rom 8,17).
Paus Johannes Paulus II ontwikkelde in Salvifici Doloris (1984) het idee dat lijden een redelijke betekenis heeft wanneer het verbonden wordt met het lijden van Christus. Maria is het ultieme voorbeeld hiervan: zij die haar lijden aan het kruis met die van haar Zoon verbond, ontving als eerste de vreugde van de opstanding. ‘Verdriet omgezet in vreugde’ (Jo 16,20) is niet alleen een toekomstige troost, maar een transformatie die al in het heden begint wanneer men lijden aanneemt en aanbiedt in eenheid met Christus.
De christelijke mystiek heeft deze dimensie diepgaand onderzocht: St. Johannes van het Kruis beschrijft in ‘De Nachtelijke Duisternis’ de overgang van ‘verdriet’ naar ‘vreugde’ tijdens contemplatieve eenheid als analoog aan de reis van kruis naar opstanding. Maria, die deze reis op een meer radicale en definitieve manier heeft doorlopen dan enig ander menselijk wezen, is de gids voor allen die hun eigen ‘nachten van duisternis’ doormaken. Zij die bij het kruis bleef in haar verdriet, ontving de vreugde van de opstanding, en zij houdt deze vreugde voor altijd vast in de glorie van haar Assensie.
III. «Niemand kan uw vreugde wegnemen»: de eschatologische vreugde van Maria
Jo 16,22: “En uw vreugde zal niemand wegnemen.” De pascalie is een vreugde die geen kracht kan vernietigen, want zij is niet afhankelijk van externe omstandigheden maar van de werkelijkheid van Christus’ opstanding. Deze onverbrekelijke vreugde heeft haar volmaakte uiting in Maria, die in de glorie van haar Assensie de vreugde bezit die ‘niemand kan wegnemen’.
IV. De vrouw die “een mens in de wereld baart”: moederschap en vreugde
Jo 16,21: “Omdat de vreugde is dat er een mens in de wereld is geboren.” (dia tên charan hoti etechnthê anthrôpos eis ton kosmon)
De vreugde van een vrouw bij het baren is het model voor de Pasenvreugde: het leven dat geboren wordt, de “mens” die in de wereld komt, rechtvaardigt alle pijn van het baren. In het Johannesevangelie is de “mens” die “in de wereld wordt geboren” door de dood en opstanding van Jezus de “nieuwe mens”, de tweede Adam (1 Cor 15,45). Zijn komst in de wereld verandert de structuur van het menselijke bestaan.
Maria is de vrouw die “een mens in de wereld baart” in de meest letterlijke zin: zij die de Zoon in de Verlossing baarde en die “kinderen spiritueel” baart op het kruis, neemt deel aan de vreugde om de mensheid te hebben gegeven de “mens” die hen transformeert. Haar vreugde is niet egoïstisch; het is de vreugde van een moeder over het leven van haar kinderen: de vreugde van wie ziet dat de pijn van het baren zijn waarde heeft omdat het kind in goede gezondheid is.
De “vreugde van het moederschap” – Een dieper theologische perspectief
Deze dimensie van “vreugde van het moederschap” heeft een diepgaande theologische betekenis die vaak over het hoofd wordt gezien in devotie tot Maria. Maria niet alleen geniet van de glorie waar ze toe verheven is, maar vreugt zich ook voor het leven en de redding van haar spirituele kinderen. Haar spiritueel moederschap is geen passieve staat, maar een actieve, vruchtbare vreugde die voortdurend nieuwe kinderen voor Christus baart in elke generatie. Elke bekering, elk terugkeer van een zondaar, elke ontdekking van een roeping door een jongeman of vrouw, brengt vreugde teweeg bij Maria, de Moeder die de “Mens” heeft voortgebracht die naar de wereld kwam om “leven te hebben en overvloedig leven te hebben” (Johannes 10:10).
Maria, van verdriet op het kruis tot onverbrekelijke vreugde in de Opstanding
Maria, wiens verdriet op het kruis zich veranderde in de onverbrekelijke vreugde van de Opstanding, is het model voor elke ziel die door de “werkzaamheden van bevalling” moet gaan om de vreugde te bereiken die niemand kan afnemen.
Referenties:
– Paus Johannes Paulus II, Salvifici Doloris n. 25 (1984).
– Tweede Vaticaans Concilie, Lumen Gentium n. 58 (1964).
– A. Feuillet, L’Heure de la Femme (Jo 16:21) et l’Heure de la Mère de Jésus (Jo 19:25-27) (1966).
– H. U. von Balthasar, Heart of the World (1979).
– X. Léon-Dufour, Lecture de l’Évangile selon Jean vol. III (1993).Postgraduaat in Mariologie
Wil je je kennis van Mariologie verdiepen? Ontdek dan onze Postgraduaat in Mariologie bij Locus Mariologicus – een academische opleiding die theologische strengheid combineert met spirituele levensvorm en de levende traditie van de Kerk.
Bezoek hier om je in te schrijven of meer te weten te komen over deze unieke opleiding.
Wilt u mariologie serieus studeren?
Dit artikel komt voort uit de werken van de bibliotheek van Locus Mariologicus. De postgraduate opleiding in mariologie brengt u met academische begeleiding naar dezelfde bronnen: Schrift, Kerkvaders en Leergezag.
Responses