De zoon van de mens wordt overgeleverd: de tweede voorspelling van het lijden en Maria op weg naar het kruis

Citaat uit het Nieuwe Testament:
“En toen zij met Hem in Galilea waren, zei Hij tot hen: De Zoon van de Mens zal overgeleverd worden in de handen van mensen, en Zij zullen Hem doden; maar op de derde dag zal Hij opstaan.” (Matteüs 17:22-23)
Uitleg:
Matteüs 17:22-27 bevat een dubbele perikop: de tweede voorspelling van het lijden (vers 22-23) en het incident met de tempelbelasting (vers 24-27). De tweede voorspelling is de kortste van de drie in Matteüs (vergeleken met Matteüs 16:21 en 20:18-19): “De Zoon van de Mens zal overgeleverd worden… en zij zullen Hem doden, maar op de derde dag zal Hij opstaan.” Deze beknopte formulering benadrukt het overgangspunt van leven naar dood met een economische taal die de boodschap bijna ondraaglijk zwaar maakt voor de discipelen.
De reactie van de discipelen, “ze waren diep bedroefd” (Matteüs 17:23), is de enige treurige reactie in Matteüs bij de voorspellingen over het lijden. Eerder weerstond Petrus de eerste voorspelling (Matteüs 16:22), en de zonen van Zebedeus zouden later een ambitieus verzoek doen (Matteüs 20:20-21) bij de derde voorspelling. De droefheid van de discipelen is hier echter eenvoudigweg een begrip van wat er komt, zonder dat ze het nog volledig begrijpen wat de opstanding betekent.
I. “De Zoon van de Mens zal overgeleverd worden”: overgave als roeping
“Overgeleverd worden” (παραδοθήσεται) suggereert niet alleen wat er gaat gebeuren, maar ook de structuur van Jezus’ missie: Hij moet “overgeleverd” worden. Het werkwoord παραδίδωμι komt in de Passie voor: Judas overlevert Jezus aan de priesters (Matteüs 26:16), de priesters overleveren Hem aan Pilatus (Matteüs 27:2), en Pilatus overlevert Hem voor het kruisigen (Matteüs 27:26). “Overlevering” is dus de draad die door het Passieverhaal loopt, en Jezus kondigt dit aan als onderdeel van Zijn missie, niet als een onverwachts ongeluk. “Zal overgeleverd worden” impliceert geen passiviteit maar instemming: Jezus weet en accepteert wat er komt.
De uitdrukking “in de handen van mensen” is paradoxaal: de Zoon van de Mens, met verwijzing naar Daniël 7:13 en zijn universele macht, wordt overgeleverd aan het verrotte menselijke gezag – politiek en religieel – dat de rechtvaardige veroordeelt. De Passie is het confrontatiepunt tussen twee menselijkheden: Jezus die Zijn overlevering accepteert en de mensen die de veroordeling uitvoeren. Deze paradoxale overlevering vormt het hart van de soteriologie: God in menselijke vorm onderwerpt Zich aan het menselijke gezag om de mensheid te redden vanuit haar binnenste.
Het daaropvolgende incident met de tempelbelasting (Matteüs 17:24-27) biedt een verhelderend contrast: Jezus, op het punt om overgeleverd te worden, bespreekt of Hij de belasting aan de tempel moet betalen, en besluit uiteindelijk dat “de kinderen vrij zijn” maar betaalt toch om geen schande te maken. De innerlijke vrijheid van Jezus in tegenstelling tot de externe overlevering vormt de structuur van liefde die zich zonder dwang geeft.
II. “Ze waren diep bedroefd”: profetische droefheid
“Ze waren diep bedroefd” (Mt 17,23), de droefheid van de discipelen bij de tweede voorspelling is een van de meest menselijke emoties in de evangeliën. Ze hadden het gehoord, deels begrepen, en het gedeeltelijke begrip, wetende dat er iets vreselijks naderde zonder precies te weten wat, is nog verontrustender dan volledige onwetendheid. Droefheid zonder volledig begrip is de droefheid van geloof dat wacht op wat het nog niet gezien heeft.
De droefheid van de discipelen is “profetisch” in die zin dat het vooruitwijst naar het lijden tijdens de Passie: de “diepe droefheid” in Gethsemane (Mt 26,37-38: “Mijn ziel is bedroefd tot aan de dood”), de vlucht van de discipelen na de arrestatie (Mt 26,56), de tranen van Petrus na zijn ontkenning (Mt 26,75). De droefheid in Mt 17,23 is het eerste echo van een reeks droefheden die zullen culmineren bij het graf, en zal worden opgelost door de Opstanding die al door de voorspelling wordt aangekondigd.
III. Maria en de tweede voorspelling: “Ze bewaarde het in haar hart”
Maria wordt niet genoemd in de tweede Passievoorspelling in Matteüs, maar haar aanwezigheid is impliciet in Lk 2,19.51: “Maria bewaarde alle deze dingen in haar hart”. Van de Presentatie in de Tempel (de profetie van Simeon over de “zwaard”, Lk 2,35) tot het huwelijk van Kana (waar de “uur” nog niet was gekomen, Jo 2,4), verzamelde Maria tekenen van wat het lot van de Zoon zou betekenen. De Passievoorspellingen waren voor Maria geen absolute nieuwtjes; ze waren een geleidelijke verduidelijking van iets dat ze sinds de Verkondiging had gevoeld.
De spirituele “bewaarding in haar hart” die Lucas aan Maria toekent, is de spirituele praktijk van lectio divina: het nadenken over het Woord, het laten dalen van de herinnering naar het hart dat handelt. Maria die de Passievoorspellingen hoorde, direct of via de discipelen, reageerde niet met de weerstand van Petrus noch met de ambitie van de zonen van Zebedeus: ze “bewaarde” in stilte, laat het Woord zijn weg vinden tot volledige beschikbaarheid op het kruis.
De diepe droefheid van de discipelen bij de voorspelling heeft haar parallel in Maria’s “zwaard” dat door Simeon wordt voorspeld (Lk 2,35) die haar ziel doordringt. Maar Maria’s droefheid verschilt: ze “bewaart” het onbegrip met geloof, zonder het om te vormen tot weerstand. De profetie van de Passie die de discipelen met een verlammende droefheid ontvangen, krijgt van Maria een droefheid die niet belemmert maar beschikbaarheid creëert, het hernieuwde fiat bij elke voorspelling, bij elk stapje naar het kruis.
IV. “En op de derde dag zal Hij opstaan”: het perspectief van de Opstanding
De tweede Passievoorspelling omvat, net als de eerste en de derde, een verwijzing naar de Opstanding: “op de derde dag zal Hij opstaan” (Mt 17,23). De discipelen hoorden dit deel niet, of begrepen het niet. Maar de structuur van de voorspelling is niet alleen aankondiging van dood; het is ook aankondiging van dood en opstanding. Het perspectief van de Passie ligt in Pasen. De diepe droefheid van de discipelen is die van wie alleen het eerste deel hoorde en het tweede niet kon integreren.
Maria, die volgens de traditie als de eerste wordt beschouwd die de Opgestane Heer aanschouwde (Johannes Paulus II, Redemptoris Mater26), beleefde de «derde dag» als bevestiging van het geloof dat zij op het Sabbatheven had onderhouden. Maar vóór de derde dag lag er een pad, een kruisweg die door de tweede voorspelling werd aangekondigd. Maria op de weg van het lijden is het beeld van de Kerk die de stappen van de Heer volgt, wetende dat de derde dag zal komen, maar niet wetend «wanneer».
De devotie aan «de Weg van het Kruis», die in de traditionele Mariologie is ontwikkeld, van de zeven pijnlijke geheimen van Maria tot het Stabat Mater, heeft zijn wortels in de voorspellingen over de Passie die Maria «in haar hart bewaarde»: elke voorspelling is een station op het pad, elk «betreurd zijn» van de discipelen weerspiegelt zich in de ziel die de zwaard zonder te breken aanneemt. De tweede voorspelling uit Matteüs 17 is, in de Mariologische meditatie, het moment waarop Maria duidelijk weet wat er nadert en verdergaat met de Zoon, voor ons allen.
Wilt u mariologie serieus studeren?
Dit artikel komt voort uit de werken van de bibliotheek van Locus Mariologicus. De postgraduate opleiding in mariologie brengt u met academische begeleiding naar dezelfde bronnen: Schrift, Kerkvaders en Leergezag.
Responses