God begeleide u op uw weg terwijl ik ga: Maria en de vruchtbare afscheid.

Expedit vobis ut ego vadam: si enim non abiero, Paraclitus non veniet ad vos.
Jo 16,7
«Het is voor jullie goed dat ik wegga. Want als ik niet wegga, zal de Trooster niet naar jullie komen». Deze uitspraak van Jezus, «mijn vertrek is goed voor jullie», is paradoxaal en schokkend: hoe kan het verlies van Jezus «goed» zijn voor zijn volgelingen? Maar de logica van Jezus draait de verwachting om: zijn fysieke aanwezigheid was beperkt tot een bepaalde tijd en ruimte. De aanwezigheid van de Trooster die hij stuurt, is universeel en permanent. In de mariologie wordt in deze logica van «vruchtbare afwezigheid» een enorme rijkdom gevonden: door haar Assentie werd Maria, net als bij haar fysieke afwezigheid, nog meer aanwezig en vruchtbaarder voor de Kerk.
I. De logica van «vruchtbare afwezigheid» in het vierde Evangelie
Jo 16,7 is een van de meest opmerkelijke uitspraken in het vierde Evangelie: de «afwezigheid» van Jezus wordt niet gepresenteerd als een tragedie die moet worden gedragen, maar als een voorwaarde voor welzijn voor de discipelen. De onderliggende pneumatologische logica is als volgt: terwijl Jezus fysiek aanwezig is, is zijn aanwezigheid per definitie beperkt; een lichaam inneemt een plaats in, een stem reikt tot een bepaalde afstand, een persoon kan op één plek tegelijk zijn. De aanwezigheid van de Geest daarentegen is overal en altijd binnenin aanwezig.
Deze logica is geen gemakkelijke troost voor wie probeert het verlies te minimaliseren, maar eerder een diep theologische onthulling over de aard van Gods aanwezigheid. Het vertrek van Jezus naar de Vader is geen afwezigheid, maar de manier waarop zijn aanwezigheid intenser, dieper en universeler wordt. Hij die «weggaat» zal de Geest sturen. En de Geest die komt, maakt hem niet alleen aanwezig voor een beperkte groep discipelen in Galilea, maar binnenin elk gelovig persoon door de eeuwen heen en overal ter wereld.
Het principe van «vruchtbare afwezigheid» heeft diepgaande spirituele toepassingen die in de mystieke traditie zijn onderzocht. St. Johannes van het Kruis, in zijn commentaren over de «donkere nacht», spreekt over het terugtrekken van de zintuiglijke troosten als voorwaarde voor een diepere aanwezigheid van God: wanneer God «weggaat» in de ervaringsmatige zin, bereidt hij een vorm van aanwezigheid voor die dieper en reëler is.
Dit wordt ook aangegeven in Jo 12,24: «Als het tarwegranen niet op de aarde valt en sterft, blijft het alleen. Maar als het sterft, zal het veel vruchten dragen». De vruchtbaarheid komt voort uit «sterven», afwezigheid van het zichtbare, verdwijnen. Jezus «stort» in voor de wereld, «opstaat» voor een aanwezigheid binnenin en universeel die door de Geest wordt gemedieerd. Deze pascal logica vormt de basis van de hele christelijke spiritualiteit.
II. De «Assentie» van Maria: toenemende vruchtbaarheid door opstijgen
III. “De Geest van de Waarheid zal u in alle waarheid leiden”: Maria en de Dogmatische Ontwikkeling
Johannes 16,7: “Maar wanneer Hij, de Geest der waarheid, komt, zal Hij u leiden naar alle waarheid.” Deze belofte van de “leiding naar de waarheid” door de Geest vormt de theologische basis voor de dogmatische ontwikkeling. De Kerk bezit niet “alle waarheid” vanaf het begin; in plaats daarvan wordt zij geleidelijk door de Geest geleid tot een steeds dieper begrip van het in Christus geopenbaarde mysterie.Zoals deze belofte betrekking heeft op de gehele Gemeenschap, zo speelt Maria hierin een unieke rol. Haar “partij” naar de glorie, haar overgang naar het hemels rijk, maakt haar niet minder aanwezig, maar juist meer toegankelijk voor alle gelovigen wereldwijd.De geschiedenis van mariale verschijningen is in deze context het meest zichtbare teken van haar postume aanwezigheid. Van Lourdes tot Fátima, Guadalupe, Czestochowa, Le Vang, Kibeho – op elk continent getuigen deze plaatsen dat de Maria die “partij” naar de glorie heeft gemaakt, dichter bij de mensheid staat dan ooit tevoren. Haar afwezigheid in fysieke vorm maakt haar aanwezigheid in spirituele zin universele en tijdloze.De theologie van Maria’s intercessie is nauw verbonden met deze logica. Maria, die “bij het troon van de Zoon” bidt (een beeld dat vaak in devotie voorkomt), staat niet “ver weg”, maar “dichtbij” in de diepste zin: zij bevindt zich in het hart van de Drie-eenheid, waar alle genade ontspringt. Haar “partij” naar de hemel plaatst haar niet buiten de wereld, maar in het centrum van de bron van alle genade, waardoor haar intercessie effectiever is dan elk fysiek aanwezig zijn zou kunnen zijn.Sint Bernardus van Claraval beschreef Maria’s intercessie in een beroemd predikaal beeld: zij is als een “aqueduct”, een waterleiding die de genade van de Zoon naar de Kerk doorlaat. Deze “aqueduct” blokkeert de stroom niet, maar vergemakkelijkt deze: hij leidt het water naar waar het nodig is. Maria’s “partij” naar de glorie heeft haar rol als “aqueduct” versterkt en uitgebreid: zij die ooit in Nazareth of Jeruzalem was, kan nu alle delen van de universele Kerk bereiken met haar biddende aanwezigheid.Mariologie: Een proces van “naar waarheid leiden”
De mariologische dogmen zijn uitstekende voorbeelden van dit proces van “naar waarheid leiden”. De definitie van de *Theotokos* (Efeze, 431), de onbevlekte ontvangenis (1854) en de opheffing naar de hemel (1950) zijn geen “uitvindingen” van de Kerk, maar uitdrukkingen van waarheden die al aanwezig waren in het geloofsbeginsel, geleidelijk onthuld door de leiding van de Geest. De Geest die “naar alle waarheid leidt”, heeft de Kerk geholpen om een steeds diepere begrip te krijgen van wie Maria is en welke rol zij speelt in het reddingsplan.Mariologie is derhalve een van de belangrijkste gebieden om het dogmatische ontwikkelingsproces te bestuderen. Geen ander onderwerp, behalve christologie en soteriologie, heeft zoveel dogmatische definities voortgebracht door de geschiedenis heen. Elke definitie was voorafgegaan door eeuwen van volkstrouw, theologische reflectie en doctrinale debatten, wat het organische karakter van dit proces aantoont: niet een willekeurige oplegging van bovenaf, maar een geleidelijke rijping van het geloof van het volk van God.De *sensus fidei*, het geloof van het volk van God, speelde een bijzondere rol in de mariologie. De definitie van de onbevlekte ontvangenis werd voorafgegaan door eeuwen van populaire devotie op 8 december. De definitie van de opheffing naar de hemel volgde na een wereldwijde raadpleging van de Kerk, waarbij meer dan 8 miljoen gelovigen en 1200 bisschoppen pleitten voor deze definitie. De Geest die “naar waarheid leidt”, handelde door het geloof van het volk van God, bevestigd en gedefinieerd door de leerautoriteit: dit is de synodale structuur van dogmatische ontwikkeling.IV. “De wereld kan de Geest niet ontvangen” – Maria als alternatief voor de wereld
Joh 14,17: “De Geest van de Waarheid, die de wereld niet kan ontvangen omdat zij hem niet ziet noch kent.” De onvermogen van “de wereld”, de menselijke orde die God weigert, om de Geest te ontvangen, is een theologische vaststelling met praktische gevolgen. “De wereld” die in Joh 15,18 “haat” de discipelen, is dezelfde wereld die de Geest niet kan aanvaarden: de logica van zelfredzaamheid en Gods afwijzing staat haaks op het geschenk van de Geest.Maria vormt de meest radicale alternatief voor “de wereld” in deze joanische zin. Zij, die was bewaard van de logica van de oorspronkelijke zonde, de logica van zelfredzaamheid en “als goden zijn” (Gen 3,5), was ook de meest open voor de Geest. De onbevlekte ontvangenis is niet alleen een persoonlijk voorrecht van Maria, maar uitdrukking van de volste alternatief voor “de wereld”: een menselijk wezen dat volledig buiten de logica van Gods afwijzing leefde en volledig open stond voor het geschenk van de Geest.Maria’s devotie in de christelijke traditie
De devotie aan Maria binnen het christendom heeft altijd deze dimensie van “alternatief ten opzichte van de wereld”. Grote kerkelijke hervormingen, van Gregorius VII tot Franciscus en Karel Borromeus tot de Charismatische Vernieuwing, werden vaak begeleid door een intensivering van de mariana devotie: alsof de Geest die de Kerk vernieuwt, dat doet via Maria, het meest “permeerbare” wezen voor Zijn adem. De aanroeping van Maria als model en bemiddelaar is in die zin de tegengestelde logica ten opzichte van de wereld.De eschatologie van de “vruchtbare afwezigheid” bereikt zijn hoogtepunt in de hoop op hereniging: Jezus “gaat” om een plaats voor te bereiden (Johannes 14,2-3). Maria is naar de glorie gegaan om als bemiddelaarin op te treden voor haar spirituele kinderen. De Geest wordt nu gegeven als “zekerheid” (2 Korintiërs 5,5) van de toekomstige volmaaktheid. De paaslogica, vertrekken om terug te keren in een diepere en vruchtbaarere mate, is de logica van elke christelijke hoop. Maria, de verheerlijkte, is de voorbode van deze hoop: zij die is weggegaan, garandeert dat de Zoon zal terugkeren en dat de scheiding eindig zal zijn.Maria, die naar de glorie is gegaan om als bemiddelaarin op te treden voor al haar kinderen, bevestigt met haar Assentie de logica van Johannes 16,7: het vertrek van de Geliefde is geen verlies maar een voorwaarde voor een diepere en vruchtbaardere aanwezigheid.Postgraduaat in Mariologie
Wilt u uw kennis van Mariologie verdiepen? Ontdek het Postgraduaat in Mariologie van Locus Mariologicus – een academische opleiding die theologische strengheid, spirituele levenswijze en de levende traditie van de Kerk combineert.
Wilt u mariologie serieus studeren?
Dit artikel komt voort uit de werken van de bibliotheek van Locus Mariologicus. De postgraduate opleiding in mariologie brengt u met academische begeleiding naar dezelfde bronnen: Schrift, Kerkvaders en Leergezag.
Responses