Ecce mijn gekozen kind: de geselecteerde dienaar en Maria, de dienstmeid van de Heer.

Ecce puer meus electus: o servo escolhido e Maria Ancilla domini
Citaat:> “Ecce puer meus quem elegi, dilectus meus in quo bene complacuit animae meae. Ponam Spiritum meum super eum, et iudicium gentibus nuntiabit.” (Mt 12,18 = Is 42,1)Uitleg:Matteüs 12,14-21 beschrijft de eerste expliciete samenzwering van de farizeeën om Jezus te doden (Mt 12,14) en Jezus’ reactie: Hij trok zich terug om vermeden te worden dat Hij gedood zou worden, “omdat het geschreven staat in de profetie van Isaä” (Mt 12,17). De volgende langere citaat uit Isaië 42,1-4, de langste citaten over vervulling in Matteüs, bestaat uit zes verzen uit het eerste lied van de dienaar van Jahve. Matteüs identificeert Jezus met de “dienaar” (παῖς) van Deutero-Isaïë: de gekozen waar God genoegen in heeft, op wie God Zijn Geest hecht, die het oordeel over de naties verkondigt, niet met luidrucht of geweld, maar met zachtmoedigheid.De plaatsing van deze citaat direct na de beslissing van de farizeeën om Jezus te doden is theologisch nauwkeurig: de samenzwering die zal leiden naar het kruis is het kader waarin Jezus wordt geïdentificeerd als de Dienaar die “niet zal twisten noch schreeuwen” (Mt 12,19), die “geen gebroken staak zal breken noch uitgaande vlam zal doven” (Mt 12,20). Jezus’ antwoord op de samenzwering is niet gewelddadige weerstand maar subtiele terugtrekking, het “niet twisten” dat de profeet had beschreven als kenmerk van de Dienaar.I. “Mijn dienaar die Ik gekozen heb”: de verkiezing van de dienaar> “Eis de dienaar die Ik gekozen heb, Mijn geliefde waarin Mijn genegenheid rust” (Mt 12,18 = Is 42,1), de verkiezing van de Dienaar is een verkiezing uit liefde: God koos niet de Dienaar omdat Hij het sterkste of meest eloquente was, maar omdat in Hem Gods ziel “genegenheid” vond. Het werkwoord “genegen zijn” (εὐδόκησεν) is hetzelfde als dat gebruikt bij het doopritueel: “Dit is Mijn Zoon, waarin Ik genegen ben” (Mt 3,17). De doop- en de dienaarskeuze zijn dezelfde keuze, Jezus is de Zoon die de Dienaar is.De theologie van verkiezing in het Oude Testament is altijd een verkiezing voor dienst: Israël werd “gekozen” niet voor exclusief voorrecht maar voor universele missie (Gen 12,3: “Ik zal u zegenen en u veelvuldig maken en u een grote natie maken”). De in Isaië 42,1 gekozen Dienaar is verkozen om “het recht aan de naties te brengen”, zijn verkiezing is gericht op anderen. Jezus als gekozen Dienaar werd niet verkozen voor onmiddellijke glorie maar voor een missie van niet-gewelddadige oordelverkondiging, zachtmoedig tot dat “het recht overwint” (Mt 12,20).De verkiezing van Maria deelt deze structuur: Maria werd gekozen (“God heeft u gezegend, en de Heer is met u”, Lk 1,28) niet voor eigen voorrecht maar voor dienst. Het “Magnificat” van Maria reageert op de verkiezing met de logica van de Dienaar: “Ik ben de dienaar des Heren” (Lk 1,38). De verkiezing van Maria is een verkiezing voor missie, om Moeder te zijn van de gekozen Dienaar, om deel te nemen aan Zijn missie van dienst. De genegenheid van God in Jezus (“in wie Ik genegen ben”) heeft zijn parallel in de “genegenheid” waarmee God Maria vulde, Gods verkiezende liefde die de dienaar voor de ultieme missie koos.II. “Niet zal twisten noch schreeuwen”: de niet-gewelddadige Dienaar«Niet zal hij twisten noch schreeuwen, en zijn stem zal men niet horen in de straten. Hij zal het gebroken riet niet breken, noch de uitgaande vlam doen uitdoven» (Matteüs 12,19-20 = Jesaja 42,2-3), het beeld van de Diener in Jesaja 42 vormt het tegengestelde van de verwachte strijdlustige Messias: hij maakt geen lawaai, schreeuwt niet, brandt niet op openbare pleinen. En in zijn omgang met de kwetsbaren, het “gebroken riet” (op het punt te breken) en de “uitgaande vlam” (op het punt uit te doven), volgt hij een houding van niet-vernietiging: hij laat niet wat bijna vernietigd is achter, maar beschermt wat nog leeft.Het beeld van het “gebroken riet” en de “uitgaande vlam” is een van de rijkste beelden uit het Oude Testament voor pastorale toepassing: wie bijna aan het breken is, bijna aan het uitdoven, de kwetsbaren, de gewonden, degenen die op de rand van hun krachten staan, zullen niet vernietigd worden door de Diener. Dit is de belofte van de pastorale zorg van Jezus: de arts die de zieke niet verplettert maar hem verzorgt, de herder die het verloren schaap niet achterlaat maar naar hem opzoekt. De Diener uit Jesaja 42 is de herder van Matteüs 18 en de arts van Matteüs 9.De zachtmoedigheid van de Diener vindt in Maria zijn vrouwelijke equivalent: Maria die ‘niet schreeuwde’ (niet publiekelijk reageerde op de onverwachte zwangerschap), die ‘niet twiste’ (niet publiekelijk weerstand bood aan het proces van haar Zoon), die ‘staande bleef’ (neen in wanhoop neerstortte noch wegliep), leefde de niet-gewelddadigheid van de Diener uit Jesaja 42 in de meest extreme situatie. De spiritualiteit van het “gebroken riet” is ook op Maria van toepassing: zij was zelf een “gebroken riet” op het kruis, de zwaard doorboorde haar ziel, en Jezus, de Diener die gebroken riten niet breekt, liet haar niet gaan.

III. De Maria-zaterdag en de dienaar: Ancilla domini

De zaterdag van de vijftiende week van het gewone jaar is de Maria-zaterdag. De perikope over de gekozen Diener, “Ecce servus meus”, biedt voor deze Maria-zaterdag een sleutel tot contemplatie van de verkiezing van Maria in parallel met die van haar Zoon: net zoals Jezus de “gekozen Diener” was waarin God zich verheugt, was Maria de “geselecteerde dienaar”, ‘Ancilla domini’, “Hier is de dienaar des Heren” (Lucas 1,38), waarin de goddelijke verkiezing op een vrouwelijke en moederlijke manier wordt manifest.‘Ancilla domini’ uit Lucas 1,38 is Maria’s antwoord op de aangekondigde verkiezing door de engel: niet “dienaar van de engel” noch “dienaar van het volk Israël”, maar “dienaar des Heren”, die de missie rechtstreeks van God ontvangt en zich direct aan Hem verbindt. Deze formulering is juridisch nauwkeurig in het context van het Oude Testament: de “dienaar des Heren” (zoals de “ebed YHWH” uit Jesaja) is degene die rechtstreeks door God voor zijn missie is gecommiteerd. Maria als ‘Ancilla domini’ deelt de structuur van verkiezing van de “ebed YHWH”, zij is de vrouwelijke en mariale vorm van dezelfde dienstverlening.

De theologische traditie heeft deze parallel ontwikkeld in het kader van de reflectie over de «co-redempcie» van Maria (een concept dat in de hedendaagse theologie wordt besproken): Maria is geen co-redemptrice in dezelfde zin als Christus, de Verlosser, maar zij nam deel aan het verlossingswerk als «ancilla», als dienaar die haar dienst aanbood aan de Dienaar. Haar «fiat» was de menselijke conditie van de Verenking. Haar aanwezigheid op het kruis was de aanwezigheid van de dienaar bij zijn lijdende meester. Mariologie als «ancillologie», de reflectie over Maria als dienaar, is een van de rijkste perspectieven in hedendaagse theologie.

IV. «Tot dat recht zegevieren»: de eschatologische hoop van de dienaar

«Zij zal niet vermoeid worden noch wankelen tot dat zij het recht op aarde gevestigd heeft» (Matteüs 12:20 = Jesaja 42:4), de missie van de Dienaar is eschatologisch: deze gaat door tot aan de voltooing, tot «dat recht zegevieren» (ἕως ἂν ἐκβάλῃ εἰς νῖκος τὴν κρίσιν). Deze standvastigheid van de Dienaar die «niet vermoeid wordt noch wankelt» is dezelfde als die van de missie van Jezus die in de missie van de Kerk voortleeft, tot het Evangelie aan alle volken wordt verkondigd (Matteüs 28:19-20) en het Koninkrijk in al zijn glorie komt.

De eschatologische dimensie van de missie van de Dienaar verlicht de rol van Maria binnen de Kerk: Maria in de Hemel (Handelingen 1:14), die samen met de apostelen bidt na de Opstijging en voor Pentekost, is het beeld van de dienaar die haar missie voortzet terwijl de Heer nog niet het recht op aarde gevestigd heeft. De intercessie van Maria binnen de Kerk is de voortzetting van de dienst van de «ancilla Domini» die niet vermoeid wordt noch wankelt zolang de missie van de Dienaar nog niet is volbracht.

«De eilanden zullen haar wetten verwachten» (Matteüs 12:21 = Jesaja 42:4), de hoop van de volken op de Dienaar is de eschatologische hoop die de missie ondersteunt. Maria als «Moeder der Volkeren», een titel die in het devotie- en missiegebied vooral is ontwikkeld, is de dienaar wiens verkiezing een universele oriëntatie heeft. De «ancilla Domini» uit Nazareth werd niet alleen voor Israël gekozen, maar ook voor de volken die op de wetten van de Dienaar wachten. Haar missie, net als die van de Zoon, heeft een universele reikwijdte: «de eilanden» verwachten ook wat de dienaar van Nazareth ontving.

Postgraduaat in Mariologie

Wil je je studie in Mariologie verdiepen? Ontdek het Postgraduaat in Mariologie van Locus Mariologicus – een academische opleiding die theologische strengheid, spirituele levensvorm en de levende traditie van de Kerk combineert.

Inschrijven of meer informatie?

Wilt u mariologie serieus studeren?

Dit artikel komt voort uit de werken van de bibliotheek van Locus Mariologicus. De postgraduate opleiding in mariologie brengt u met academische begeleiding naar dezelfde bronnen: Schrift, Kerkvaders en Leergezag.

Ontdek de opleiding in mariologie

Related Articles

Responses