Opstijgen naar de Vader: Maria en de heerlijkheid van de Zoon die terugkeert

Ik stijg op naar mijn Vader en uw Vader, naar mijn God en uw God.
Joh 20,17
«Ik stijg op naar mijn Vader en uw Vader, naar mijn God en uw God». Met deze woorden die de Opgewekte aan Maria Magdalena spreekt in de tuin (Joh 20,17), vat de hele Joanische theologie van de Opstanding samen: het terugkeren van de Zoon naar de Vader is geen scheiding maar een transformatie van hun relatie. De discipelen worden nu ingewijd in dezelfde zoonelijke relatie die de Zoon met de Vader heeft. In deze scène, en in de feestdag van de Opstanding die het markeert, vindt de mariologie een van haar rijkste reflectiepunten: als de Zoon «opstijgt naar de Vader`, dan neemt Maria, die diepgaand de Zoon heeft ontvangen, op een unieke manier deel aan deze «opstijging».
I. De Opstanding in het vierde Evangelie: terugkeer en transformatie
Het vierde Evangelie vertelt niet expliciet over de Opstanding als historisch gebeuren; deze beschrijving is eigen aan Lucas (Lc 24,50-53. Hand 1,9-11). Maar de Opstanding doordringt het hele Joanische geschrift als theologische context: het afscheidelijk woord van Jezus (Joh 13-17) draait om zijn «terugkeren» naar de Vader. Joh 20,17 is het moment waarop de Opgewekte aankondigt dat deze terugkeer nabij is: «Ik stijg op naar mijn Vader».
De in Joh 20,17 geformuleerde onderscheid tussen «mijn Vader en uw Vader», is theologisch nauwkeurig. Niet «onze Vader», want de goddelijke filiatie van Jezus is uniek en eeuwig, terwijl de adoptieve filiatie van de discipelen afhangt. Maar «uw Vader», omdat de Opstanding de discipelen in een nieuwe relatie met God brengt: zij mogen nu met de autoriteit die Jezus hen overdraagt, «Vader» noemen aan Gods persoon. De Opstanding is zo de definitieve opening van de goddelijke filiatie voor de mensheid.
Saint Athanasius formuleerde dit principe in zijn soteriologische axioma: «God werd mens, zodat de mens God zou kunnen worden». De Opstanding is het vervullen van dit axioma: de Zoon die naar beneden kwam om de mensheid te verheffen, stijgt nu op met de mensheid. De menselijke natuur van Christus, werkelijk, concreet, het vlees dat Maria hem gaf, zit nu «aan de rechterhand van de Vader» (Ef 1,20). Dit betekent dat de menselijke natuur in haar hart is ingevoegd in het leven van de Drie-eenheid: niet alleen «vergeven», maar verheerlijkt, verheven, goddelijk gemaakt.
De mariologische implicaties zijn immens: het vlees dat de Zoon van Maria heeft ontvangen, is nu verheerlijkt bij de rechterhand van de Vader. De Opstanding van Jezus is in deze zin de voorbode van de glorieuze opstijging van het vlees van Maria. Wat de Zoon nu met zijn menselijkheid doet, inclusief het vlees dat van Maria is, garandeert dat Maria en alle geredde mensheid hetzelfde pad zullen volgen. De Opstijging van Maria is het vervullen van deze logica: de Zoon die met het vlees van Maria opstijgt, heeft Maria in haar glorie opgenomen.
II. Maria en de Opstanding: aanwezigheid bij het afscheid
Maria bij de Opgang van Christus
Lucas plaatst de apostelen naast Jezus in het moment van zijn Opgang (Lc 24,50; Hand. 1,9-12). Maria, hoewel niet expliciet genoemd bij de Opgang in Handelingen, is impliciet aanwezig: zij maakt deel uit van de groep die met grote vreugde naar Jeruzalem terugkeert (Lc 24,52) en later bijeenkomt in het Heilig Graf (Hand. 1,14). De Opgang is voor Maria, net als voor de apostelen, een moment van afscheid, maar een afscheid dat verdriet verandert in vreugde.De “grote vreugde” waarmee de discipelen naar Jeruzalem terugkeren na de Opgang (Lc 24,52) staat in schril contrast met de verwachte droefheid: Jezus is vertrokken, en zij zijn toch blij? Deze vreugde is alleen te begrijpen vanuit de logica van Johannes 16,7 (“Het is voor jullie goed dat Ik ga”) en Johannes 14,28 (“Als jullie Me liefhebben, zullen jullie zich verheugen dat Ik naar de Vader ga, want de Vader is groter dan Ik”). De liefde van Jezus voor de Vader is de reden voor de vreugde van de discipelen bij de Opgang: zij houden van wat Jezus houdt. En Jezus gaat naar degene die Hij meer liefheeft dan enig ander menselijk wezen.Maria, die de Zoon diepst heeft geliefd dan wie ook, heeft deze “vreugde bij het afscheid” op een bijzonder intense manier ervaren. Zij die aan het kruis heeft geleden, kijkt nu toe hoe de verheerlijkte Zoon naar de Vader stijgt. De moeder die de Zoon in Bethlehem in haar armen hield, ziet Hem nu opstijgen naar de glorie die Hem toebehoort voor eeuwig. Deze contemplatie van de glorie van de Zoon door de Moeder die Hem zo goed kent, is een van de meest emotioneel geladen momenten die de traditie zich kan voorstellen, hoewel de evangeliën dit niet expliciet beschrijven.De traditionele iconografie in het Oosten heeft deze scène van de Opgang met Maria in het midden van de groep apostelen afgebeeld, met haar armen omhoog in gebed of met open handen in aanbidding. Deze centrale plaats van Maria, die in de Byzantijnse iconen wordt benadrukt, drukt uit dat zij het centrale figuur is van de Kerk die de verheerlijkte Zoon contempleren ziet opstijgen naar de Vader. Zij die de Zoon in deze wereld binnenbracht, is nu het referentiepunt voor de Kerk die Hem aanbidt terwijl Hij naar de Vader stijgt.III. “Niet aanraken, mijn Heer”: Opgang en een nieuwe vorm van aanwezigheid
Johannes 20,17: “Niet aanraken” (me mou haptou), deze woorden richt Jezus tot Maria Magdalena om aan te geven dat de relatie met de opgestane Christus niet langer die is van de historische Jezus die fysiek werd aangeraakt. De nieuwe relatie met de opgestane Christus, die volledig zal worden onthuld bij de gave van de Heilige Geest, is van een andere aard: even echt, maar dieper, innerlijker en universeler. De Opgang bereidt deze nieuwe vorm van relatie voor.Deze “nieuwe vorm van aanwezigheid” die de Opgang inluidt, heeft een directe Maria-dimensie. Maria, die de Zoon op een intiemere manier heeft aangeraakt dan enig ander menselijk wezen, ervaart na de Opgang een relatie met de verheerlijkte Zoon die verder gaat dan fysiek contact. Deze “verheerlijkte” relatie is dieper, niet minder echt: zij die samen met de Zoon in de glorie is, deelt met Hem een gemeenschap die het vlees nog niet toelaat bij zijn spirituele kinderen.Mariologie van bemiddeling
De overtuiging dat Maria als haar spirituele kinderen bij de verheerlijkte Zoon bemiddelt, berust op deze nieuwe vorm van relatie die de Opstijging inluidt. Maria bemiddelt niet ‘van verre’ als iemand die gescheiden is van degene aan wie ze bidt; zij doet het ‘van binnenuit’ vanuit de gemeenschap met de verheerlijkte Zoon, met de autoriteit en intimiteit van iemand die zijn glorie deelt. De bemiddeling van Maria is niet die van een onderdanige die bij een koning smeekt, maar die van een moeder die in intimiteit staat met degene die de eeuwige Zoon heeft voortgebracht.De traditie van het aanroepen van Maria als ‘Onze Voorspreekster’
Deze logica ligt aan de basis van deze traditie. Een advocaat die bij een rechter bemiddelt, doet dit niet van verre, buiten de rechtszaal; hij is aanwezig, kent de omstandigheden, heeft gezag om te spreken. Maria, ‘aanwezig’ in de glorie met de Zoon, bemiddelt met de autoriteit van degene die Hem het best kent dan enig ander wezen en van wie ze houdt met de liefde van een moeder die haar kinderen niet opgeeft.IV. ‘Wees getuigen’: Maria en de missie van de Kerk na de Opstijging
Handelingen 1,8: “Jullie zullen de kracht van de Heilige Geest ontvangen die over jullie zal komen, en jullie zullen mijn getuigen zijn in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria en tot aan de einden van de aarde.” De Opstijging is niet het einde van de missie, maar het begin van een nieuwe fase. De apostelen die Jezus naar de hemel zagen stijgen, ontvangen de opdracht om ‘getuigen’ te zijn, niet passieve toeschouwers van de glorie van de Heer, maar actieve boodschappers voor de wereld.Maria, aanwezig in het Cenakel na de Opstijging (Handelingen 1,14), staat centraal in deze nieuwe missie. Zij die de meest gekwalificeerde getuige was van het leven van Jezus, die met Hem leefde vanaf Zijn geboorte tot aan de Opstijging, is nu in het hart van de gemeenschap die wacht op de Geest om de universele missie te beginnen. Haar aanwezigheid is niet passief: “Zij hielden vast aan de eenheid en baden onvermoeibaar” (Handelingen 1,14), zij die decennialang met de Zoon heeft gebeden, bidt nu met de opkomende Kerk terwijl ze wacht op de Geest die het getuigenis wereldwijd mogelijk zal maken.De universele missie van de Kerk om ‘tot aan de einden van de aarde’ te gaan, heeft in Maria haar meest uitdrukkelijke figuur. Zij die de Zoon voortbracht die ‘naar de wereld werd gezonden’ (Johannes 3,16), is het beeld van de Kerk die de Zoon overal ter wereld brengt. De christelijke missies op elk continent, met hun onmiskenbaar marianische kenmerken (katedrale gewijd aan Maria, processies, mariane feesten die het liturgisch jaar van missiegemeenschappen structureren), weerspiegelen deze intuïtie: de universele missie van de Kerk heeft een marianisch hart.De Opstanding van Jezus en de Maria
De Opstanding van Jezus markeert een nieuwe tijd, de tijd van de Kerk, geleid door de Heilige Geest en gevormd door Maria. Deze periode heeft een duidelijke eschatologische oriëntatie: “Dit Jezus, die naar de hemel is opgevaren van bij jullie, zal op dezelfde manier terugkeren zoals jullie hem gezien hebben naar de hemel opstijgen” (Handelingen 1,11). De Kerk, die wacht op de terugkeer van de Heer, roept met Maria: “Maranatha, kom, Heer Jezus” (Openbaring 22,20). Dit gebeurt in harmonie met Maria, die als eerste de Zoon verwachtte, als eerste hem in zijn glorie aanschouwde en nu wacht op zijn terugkeer na zijn vertrek met de belofte om terug te keren.Maria, de kern van de universele missie
Maria, die de Opstanding van de Zoon heeft meegemaakt en die in het Hemelvaartfeest in het Cenakel met de Kerk bidt, vormt het hart van de universele missie die met de Opstanding wordt geopend. De Heilige Geest zal deze missie op Pentekost versterken.Referenties:
– Tweede Vaticaans Concilie, *Lumen Gentium*, n. 59 (1964). – Paus Johannes Paulus II, *Redemptoris Mater*, n. 26 (1987). – Sint Athanasius, *Over de Verlichting*, 54. – R. Brown, *Het Evangelie volgens Johannes*, deel II (1970). – X. Léon-Dufour, *Lezing van het Evangelie volgens Johannes*, deel IV (1996).Postgraduaat in Mariologie
Diepgaand onderzoek naar Mariologie? Ontdek dan de Postgraduaat in Mariologie van Locus Mariologicus – een academische opleiding die theologische strengheid combineert met spirituele levensvorm en levende traditie van de Kerk.Bezoek de cursuswebsite om meer te weten te komen of schrijf je in!Wilt u mariologie serieus studeren?
Dit artikel komt voort uit de werken van de bibliotheek van Locus Mariologicus. De postgraduate opleiding in mariologie brengt u met academische begeleiding naar dezelfde bronnen: Schrift, Kerkvaders en Leergezag.
Responses